Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1870
Title: Maatstaven voor inkomensongelijkheid. Toepassing op Vlaanderen en Wallonië
Authors: BUDO, Eline
Advisors: LEMEIRE, F.
FAES, W.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: In deze eindverhandeling wordt gezocht naar efficiënte meetmethoden en voorstellingswijzen voor de studie van inkomens en inkomensongelijkheid. Deze methoden en voorstellingswijzen zullen dan toegepast worden op Vlaanderen en Wallonië voor de periode van aanslagjaar 1977 tot aanslagjaar 2005. In het eerste hoofdstuk wordt een korte inleiding gegeven over het belang van het inkomen in onze samenleving en de daaruit volgende behoefte om dit te bestuderen. Aan de hand hiervan wordt de centrale onderzoeksvraag geformuleerd, samen met de deelvragen en de gevolgde werkwijze. Het tweede hoofdstuk geeft vervolgens enkele factoren weer die een invloed hebben op de kwaliteit van een samenleving. Dit hoofdstuk heeft als doel de inkomensstudie te situeren in een groter geheel. De factoren die besproken worden zijn het inkomen, het BBP en het BBP/hoofd, de koopkracht, de ‘Human Development Index’ en tot slot het subjectief geluksgevoel. Al deze elementen hebben een invloed op de welvaart en het welzijn in een samenleving of in een welbepaalde bevolkingsgroep. In deze eindverhandeling werd gekozen voor de inkomensstudie, maar de andere factoren kunnen analoog benaderd en onderzocht worden, zij het dat hiervoor de gegevens vaak moeilijker gevonden kunnen worden. In hoofdstuk drie worden de begrippen inkomen en inkomensverdeling gedefinieerd. Deze begrippen zijn meestal niet eenduidig omschreven in de media en zelfs in de economische literatuur kunnen verschillende opvattingen bestaan over wat nu precies een inkomen is. Dit derde hoofdstuk geeft dus een noodzakelijk inleiding over de verschillende mogelijke opvattingen en omschrijft de verschillende soorten inkomens en inkomensverdelingen die er bestaan. Het vierde hoofdstuk gaat verder met het begrip inkomensongelijkheid en hangt dus nauw samen met het vorige hoofdstuk. In de eerste plaats wordt een definitie geformuleerd van het begrip inkomensongelijkheid, vervolgens worden meerdere oorzaken van deze ongelijkheid uitgediept aan de hand van grafieken en cijfers. Tot slot worden ook de gevolgen van inkomensongelijkheid kort vermeld. Hoofdstuk vijf behandelt de wiskundige begrippen die nodig zijn bij het maken en begrijpen van een inkomensstudie. Bij het vergelijken van gegevens zijn in vele gevallen relatieve verschillen belangrijker dan absolute verschillen. Dit is ook het geval bij een studie over inkomens en inkomensongelijkheid. Daarom worden in de eerste paragraaf logaritmische percentages gedefinieerd om relatieve verschillen aan te geven. Vervolgens worden de lineaire schaal, de logaritmische schaal en de logistische schaal uitvoerig toegelicht. Tot slot wordt ook nog het verschil tussen de efficiëntie en de robuustheid van kengetallen besproken. In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 6, wordt achtereenvolgens de normale verdeling, de lognormale verdeling, de logistische verdeling en de log-logistische verdeling besproken. Deze theorie is van groot belang voor deze eindverhandeling. In dit hoofdstuk wordt immers gezocht naar een voorstellingswijze voor de inkomens en de inkomensverdeling. Dit gebeurt aan de hand van waarschijnlijkheidspapier waarop alle genoemde verdelingen uitgetekend worden. Het blijkt dat de inkomensverdeling goed overeenkomt met zowel een log-normale als met een loglogistische kansverdeling. Het waarschijnlijkheidspapier van beide kansverdelingen geeft namelijk een rechte weer, wat betekent dat ze een goede benadering zijn voor de inkomensverdeling. Het grote verschil tussen beide verdelingen is echter dat op de loglogistische schaal afstanden overeenkomen met percentages, terwijl dit bij de log-normale verdeling niet het geval is. Omdat dit een groot voordeel is voor de interpretatie van de inkomensstudie, wordt geopteerd voor het gebruik van de log-logistische verdeling. De inkomensverdeling en de ongelijkheid ervan kunnen op meerdere manieren grafisch weergegeven worden. Hoofdstuk 7 geeft drie verschillende voorstellingswijzen aan, met name de frequentieverdeling, de kwantielenverdeling in combinatie met de Lorenzcurve en de parade van dwergen en enkele reuzen. Omdat een grafische weergave van de inkomens niet altijd meteen iets zegt over de inkomensongelijkheid en omdat grafische voorstellingen moeilijk te vergelijken zijn, gaat hoofdstuk 8 in op veel gebruikte kengetallen om deze inkomensongelijkheid in één oogopslag weer te geven. Zo worden de standaardafwijking en de logaritmische standaardafwijking besproken, net zoals de Mean Absolute Deviation, de Gini-coëfficiënt, de Theil-coëfficiënt en de constante van Pareto. Al deze kengetallen kunnen door één getal weergeven wat de mate van ongelijkheid is ten opzichte van een andere groep. Elk kengetal heeft uiteraard zijn sterke en zwakke punten en legt de nadruk op andere factoren. De overzichtelijkheid van dergelijke maatstaven heeft echter ook een zwak punt. Wanneer alle informatie in één getal moet weergegeven worden, zal er onherroepelijk informatie verloren gaan. Het laatste theoretisch hoofdstuk, hoofdstuk 9, behandelt ten slotte het belangrijkste aspect van deze eindverhandeling, namelijk de wet van Pareto. De lijn van Pareto is een grafische voorstellingswijze van de inkomensverdeling. Ze geeft zowel informatie over het inkomensniveau als over de verdeling van het inkomen. De ligging van de curve geeft het inkomensniveau weer; hoe verder de curve naar rechts gelegen is, hoe hoger het inkomen. De inkomensongelijkheid daarentegen wordt afgeleid uit de helling van de curve. Hoe steiler de helling, hoe kleiner de inkomensongelijkheid. Het tiende en laatste hoofdstuk ten slotte past de log-logistische voorstelling voor de inkomensongelijkheid toe op Vlaanderen en Wallonië. Eerst wordt een vergelijking gemaakt tussen het Vlaams Gewest (VG), het Brussels Hoofdstedelijk gewest (BHG) en het Waals Gewest (WG) voor de jaren 2003 en 2004. Vervolgens wordt getracht de gevonden verschillen te verklaren. In het tweede deel van dit hoofdstuk wordt een evolutie gemaakt van de inkomens en de inkomensongelijkheid voor zowel het Vlaams Gewest als het Waals Gewest. Hierbij worden twee grote verschuivingen ontdekt waarvoor eveneens mogelijke verklaringen gegeven worden. Ter conclusie kan gezegd worden dat alle gewesten erop vooruit gegaan zijn over de periode 1977-2005, maar dat Vlaanderen altijd voor gebleven is op Wallonië. De mate van ongelijkheid heeft afwisseling gekend maar we evolueren momenteel terug naar een grotere ongelijkheid in het gehele land.
Notes: 3de jaar Handelsingenieur - major Operationeel management en logistiek
Document URI: http://hdl.handle.net/1942/1870
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections:Master theses

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
budo.pdf4.02 MBAdobe PDFView/Open
Show full item record

Page view(s)

12
checked on May 27, 2022

Download(s)

10
checked on May 27, 2022

Google ScholarTM

Check


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.