Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/3309
Title: Startende ondernemers in Limburg, een tijdsperspectief van twintig jaar
Authors: VRANKEN, Liesje
BOUSSU, Karolien
Advisors: HOUBEN, G.
Issue Date: 2007
Abstract: In deze samenvatting wordt kort geschetst waaraan de lezer van deze eindverhandeling zich kan verwachten. In het jaar 2005 zijn er in de provincie Limburg 4.591 personen gestart met een zelfstandige activiteit. Dit cijfer is het beste resultaat dat Limburg de afgelopen tien jaar bereikt heeft. Omwille van de stijgende ondernemingszin in de provincie Limburg leek het ons interessant een onderzoek te verrichten om zo een beeld te kunnen vormen van de volgende centrale onderzoeksvraag: ‘Wat zijn de kenmerken van de Limburgse starter anno 2005 en zijn onderneming?’ Onder het begrip starter wordt elke persoon verstaan die een nieuwe zelfstandige activiteit heeft opgestart in Limburg of een bestaande Limburgse onderneming heeft overgenomen in het jaar 2005. Allereerst wordt er getracht een algemeen beeld te schetsen van de starter en het startproces aan de hand van een literatuuronderzoek. Dit literatuuronderzoek vangt aan met enkele definities en er wordt een overzicht gegeven van de voorwaarden waaraan een ondernemer moet voldoen vooraleer hij kan starten met een eigen zaak. Vervolgens wordt getracht om de lezer een idee te geven over de motieven die een persoon kunnen aanzetten om een zelfstandig statuut aan te nemen. Verder worden de vereiste kwaliteiten waarover een zelfstandige dient te beschikken, vermeldt. De literatuur legt de nadruk op het feit dat een goede voorbereiding onontbeerlijk is om te slagen als zelfstandige. Daarom wordt er ook ingegaan op de inhoud van een ondernemingsplan. Voorts wordt er melding gemaakt van een aantal verplichtingen die bij de start in acht dienen genomen te worden, net zoals de extra verplichtingen die van toepassing zijn indien er geopteerd wordt voor de oprichting van een vennootschap. Een volgend hoofdstuk van de literatuurstudie heeft betrekking op verschillende keuzes die een starter dient te maken aangaande zijn onderneming: een nieuwe zaak opstarten, een bestaande zaak overnemen, een familiebedrijf overnemen of zich aansluiten bij een franchiseorganisatie. Verder moet gekozen worden of er een éénmanszaak of een vennootschap opgericht wordt. Vervolgens wordt er aandacht besteed aan de financiering van de onderneming en de initiatieven van de overheid om het ondernemerschap te stimuleren. Daarna komt de adviesverlening aan bod en de mogelijke problemen waarmee een starter geconfronteerd kan worden, sluiten het deel met betrekking tot de literatuurstudie af. Na het literatuuronderzoek vangt het belangrijkste deel van deze eindverhandeling aan, meerbepaald het praktijkonderzoek. Voor dit onderzoek was de medewerking vereist van 150 Limburgse starters uit 2005 die een vragenlijst dienden in te vullen. Aan de hand van de antwoorden, werd nagegaan wat het profiel van de Limburgse starter anno 2005 is, wat de aard van zijn onderneming is en wat zijn motieven zijn om als zelfstandige te beginnen. Verder werd onderzocht welke problemen de starters ondervonden hebben bij het opstarten van hun zaak en op welke begeleiding en advies ze een beroep gedaan hebben bij de start. Voorts wordt er een beeld gevormd van de doelstellingen die de starters vooropgesteld hebben voor het jaar 2007 en op welke manier de onderneming gefinancierd wordt. Ook gaat de aandacht uit naar de determinanten van succes en falen, net zoals naar de troeven en handicaps. Om na te gaan hoe het profiel van de startende ondernemer en zijn onderneming geëvolueerd is gedurende de laatste twintig jaar, werden de gegevens uit ons onderzoek vergeleken met de gegevens uit de referentieonderzoeken van Buteneers et al. (1987) en Jamers et al. (1996). Na het doorvoeren van een factoranalyse en clusteranalyse, wordt tot de conclusies uit eigen onderzoek gekomen. Deze conclusies werden getoetst aan de praktijkervaringen van starteradviseurs bij Voka- Kamer van Koophandel Limburg en Unizo. Hieronder worden kort enkele conclusies meegegeven met betrekking tot de Limburgse starter en zijn onderneming anno 2005. Wat de vergelijkingen met de referentieonderzoeken betreft, blijkt dat er zich overlappingen voordeden, maar ook heel wat verschillen. Uit de steekproef blijkt dat er meer mannen dan vrouwen een zelfstandige statuut hebben aangenomen in 2005 en dat de leeftijdscategorie 21-25 jaar het meest vertegenwoordigd is. In de meeste gevallen hebben de starters de Belgische nationaliteit en zijn ze gehuwd. Vele starters genoten hoger niet-universitair onderwijs of technisch secundair onderwijs. Wat de situatie voor de start betreft, had de meerderheid van de starters een netto-inkomen lager dan € 19.999 op jaarbasis en de meerderheid van de partners van de starters had een inkomen op het moment van de start. De meeste personen waren als arbeider tewerkgesteld voor de start en slechts een klein aantal starters heeft meteen na het behalen van een diploma de stap naar het zelfstandige ondernemerschap gezet. In bijna de helft van de gevallen zijn de ouders van de starters ooit zelfstandigen geweest. De partner stond het meest positief tegenover het idee van het zelfstandige ondernemerschap, gevolgd door de vader en dan de moeder. De bouwsector en de dienstensector vormen de belangrijkste sectoren van de starters. Verder hebben meer starters gekozen voor de oprichting van een nieuw bedrijf dan voor de overname van een bestaand bedrijf. De éénmanszaak is de rechtsvorm waarvoor het meest gekozen werd bij de opstart, gevolgd door de BVBA en de EBVBA. De meerderheid van de ondernemers is gestart zonder het aanleggen van een personeelsbestand en bijna de helft van de starters verklaart nog investeringen in het vooruitzicht te hebben. De motieven die door de ondernemers het meest vernoemd worden om te starten zijn respectievelijk ‘eigen baas zijn’ en ‘financiële redenen’. Wat de doelstellingen betreft voor 2007, is het merendeel te plaatsen onder de noemer ‘groeien’. Door de starter opgegeven problemen bij de opstart hebben in dalende orde van belangrijkheid betrekking op ‘financiële problemen’ en moeilijkheden met ‘klantenwerving en omzet halen’. De meerderheid van de starters is een onderneming begonnen zonder een banklening te zijn aangegaan. Werd er toch geopteerd voor een dergelijke lening, dan was in de meeste gevallen het bedrag lager dan € 25.000. De eigen woning wordt het meest genoemd als waarborg. Verder wordt de samenwerking met de banken meestal als positief beoordeeld. Het wordt ook duidelijk dat de starters niet vaak een beroep hebben gedaan op overheidssteun. De meest genoemde redenen hiervoor zijn het niet nodig vinden van dergelijke steun of de onwetendheid. Voorts is risicokapitaal bij onze starters zelden voorgekomen. De overgrote meerderheid van de starters heeft geen gebruik gemaakt van een marktonderzoek. Werd er wel een marktonderzoek verricht, dan gebeurde dat nagenoeg altijd door de starter zelf. Bijgevolg lag de kost van een dergelijk onderzoek ook eerder laag. Verder beschikte bijna de helft van de starters over een plan. Ook dit plan werd meestal eigenhandig opgesteld. Wel werd er geregeld om advies gevraagd. Een volgende vaststelling is dat een meerderheid van de starters een specifieke vooropleiding noodzakelijk vindt voor de uitoefening van een zelfstandig beroep, terwijl slechts een minderheid effectief een opleiding heeft genoten. Een kleine meerderheid van de starters heeft bedrijfsbegeleiding bij de start gevraagd. Deze begeleiding werd meestal gunstig beoordeeld. Bij de opstart van het bedrijf zijn de boekhouder en Unizo de twee hulpverleners die het meest gecontacteerd werden.
Notes: 3de jaar Handelsingenieur - major Operationeel management en logistiek
Document URI: http://hdl.handle.net/1942/3309
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections:Master theses

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
vranken-boussu.pdf1.15 MBAdobe PDFView/Open
Show full item record

Page view(s)

22
checked on May 22, 2022

Download(s)

10
checked on May 22, 2022

Google ScholarTM

Check


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.