Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/15093
Full metadata record
DC FieldValueLanguage
dc.contributor.authorPINT, Kris-
dc.date.accessioned2013-04-18T12:31:19Z-
dc.date.available2013-04-18T12:31:19Z-
dc.date.issued2013-
dc.identifier.citationVan Dijk, Yra; De Pourcq, Maarten; De Strycker, Carl (Ed.). Draden in het donker: Intertekstualiteit in theorie en praktijk, p. 81-100-
dc.identifier.isbn9789460041181-
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/1942/15093-
dc.description.abstractIn ‘De l’œuvre au texte’, een artikel uit 1971, stelde Roland Barthes dat de Tekst niet eindigt bij het boek dat ik in mijn handen houd, maar dat boek juist doorkruist, als een voortdurend veld van zich uitzaaiende betekenissen, dat noch door de lezer, noch door de auteur volledig kan worden overzien. De Tekst is dus steeds een intertekst, een kruispunt van een hele reeks andere teksten die op hun beurt weer naar andere teksten verwijzen. Lezen is een actief produceren van betekenis, zonder ooit de definitieve betekenis vast te kunnen leggen: de Tekst, in tegenstelling tot het boek dat ik weer terugzet in de boekenkast, laat zich niet sluiten. De Tekst is voortdurend in beweging en genereert telkens weer nieuwe betekenismogelijkheden, blijft in mijn hoofd ‘doorwerken’, koppelt een passage uit het boek dat ik nu lees aan een ander boek dat ik vroeger heb gelezen, aan een gesprek met een vriendin of aan een persoonlijke herinnering. De Tekst fungeert als een gigantisch, veranderlijk netwerk dat al die (lees)ervaringen met elkaar verbindt en zo ook nieuwe ervaringen, nieuwe interpretaties creëert. In de loop van de jaren zeventig gaat Barthes steeds meer aandacht opeisen voor het weerbarstige lichaam van de lezer, dat een essentiële rol speelt in de praktijk van het lezen. Zoals we verder nog zullen zien, geeft Barthes een specifieke invulling aan dat lezende lichaam, waarbij de notie van het fantasma een belangrijke rol zal spelen. In deze bijdrage zal de ‘fantasmatische intertekstualiteit’ die Barthes zo uiteindelijk ontwikkelde, centraal staan. Barthes’ theoretische terugkeer naar het individuele lichaam in het anonieme, onpersoonlijke spel van de uitzaaiende tekst, wil ik hier laten kruisen met de tekst van een gedicht van Erik Spinoy, gebaseerd op 'De jagers in de sneeuw' van Brueghel.-
dc.language.isonl-
dc.publisherVantilt-
dc.rights(c) Uitgeverij Vantilt, Nijmegen en auteurs-
dc.subject.otherIntertekstualiteit; fantasma; leeservaring-
dc.titleRoland Barthes & 'Een terugkeer' van Erik Spinoy-
dc.typeBook Section-
dc.relation.edition1-
local.bibliographicCitation.authorsVan Dijk, Yra-
local.bibliographicCitation.authorsDe Pourcq, Maarten-
local.bibliographicCitation.authorsDe Strycker, Carl-
dc.identifier.epage100-
dc.identifier.spage81-
local.bibliographicCitation.jcatB2-
local.publisher.placeNijmegen-
local.type.refereedRefereed-
local.type.specifiedBook Section-
local.bibliographicCitation.btitleDraden in het donker: Intertekstualiteit in theorie en praktijk-
item.fullcitationPINT, Kris (2013) Roland Barthes & 'Een terugkeer' van Erik Spinoy. In: Van Dijk, Yra; De Pourcq, Maarten; De Strycker, Carl (Ed.). Draden in het donker: Intertekstualiteit in theorie en praktijk, p. 81-100.-
item.fulltextNo Fulltext-
item.accessRightsClosed Access-
Appears in Collections:Research publications
Show simple item record

Page view(s)

10
checked on Jun 25, 2022

Google ScholarTM

Check

Altmetric


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.