Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/25813
Full metadata record
DC FieldValueLanguage
dc.contributor.authorVAN DEN BERGH, Bart-
dc.date.accessioned2018-03-27T13:57:45Z-
dc.date.available2018-03-27T13:57:45Z-
dc.date.issued2017-
dc.identifier.citationRechtskundig weekblad, 80(12), p. 460-466-
dc.identifier.issn1782-3463-
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/1942/25813-
dc.description.abstract1. a) Art. 44, eerste lid Ger.W. bepaalt dat, wanneer het afschrift van een betekeningsexploot niet aan de persoon zelf kan worden betekend, het wordt achtergelaten onder gesloten omslag, met de vermelding van het kantoor van de gerechtdeurwaarder, de naam en voornaam van de geadresseerde, de plaats van betekening en de vermelding «Pro Justitia - dadelijk af te geven». Op de omslag mag geen andere vermelding voorkomen. Art. 44, eerste lid Ger.W. vervolgt dat van het vervullen van al die formaliteiten melding wordt gemaakt in het exploot en op het afschrift. De vermelding van die formaliteiten is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven, zodat de niet-naleving ervan niet tot de nietigheid van de betekening kan leiden. b) Uit het civiele onderdeel van art. 6.1 EVRM kan geen verplichting worden afgeleid om bij de betekening van een rechterlijke beslissing op initiatief van een betrokken partij, informatie te verstrekken over de rechtsmiddelen die tegen die beslissing kunnen worden aangewend. 2. Wanneer een aangevoerde schending van art. 10 en 11 Gw. betrekking heeft op een lacune in de wetgeving, moet het Hof van Cassatie aan het Grondwettelijk Hof enkel een prejudiciële vraag stellen wanneer de rechter, in voorkomend geval, in staat is deze lacune te verhelpen zonder tussenkomst van de wetgever.-
dc.language.isonl-
dc.titleInformatieplichten inzake de toegang tot de (civiele) rechtsmiddelenrechter: het Hof van Cassatie acht een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof niet zinvol-
dc.typeJournal Contribution-
dc.identifier.epage466-
dc.identifier.issue12-
dc.identifier.spage460-
dc.identifier.volume80-
local.bibliographicCitation.jcatA1-
local.type.refereedRefereed-
local.type.specifiedNote-
local.identifier.vabbc:vabb:437847-
local.classdsPublValOverrule/author_version_not_expected-
item.accessRightsRestricted Access-
item.fullcitationVAN DEN BERGH, Bart (2017) Informatieplichten inzake de toegang tot de (civiele) rechtsmiddelenrechter: het Hof van Cassatie acht een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof niet zinvol. In: Rechtskundig weekblad, 80(12), p. 460-466.-
item.fulltextWith Fulltext-
item.validationvabb 2019-
crisitem.journal.issn1782-3463-
Appears in Collections:Research publications
Files in This Item:
File Description SizeFormat 
document (5).pdf
  Restricted Access
Published version196.76 kBAdobe PDFView/Open    Request a copy
Show simple item record

Google ScholarTM

Check


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.