Please use this identifier to cite or link to this item:
http://hdl.handle.net/1942/48155| Title: | Geschiktheid en noodzakelijkheid volumebeleid passagiersvervoerg over water onvoldoende gemotiveerd | Authors: | SCHOENMAEKERS, Sarah | Issue Date: | 2025 | Publisher: | Lefebvre Sdu | Source: | Jurisprudentie in Nederland, 22 (7) , p. 894 -896 | Abstract: | De maximering van exploitatievergunningen van rederijen: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de boot gemist. Beperking aantal vergunningen. Dienstenrichtlijn. Dwingende reden van algemeen belang. Geschiktheid en noodzakelijkheid. Motivering. Eigendom. [Protocol bij het EVRM art. 1, EU Handvest art. 17, Dienstenrichtlijn art. 4 lid 8 en art. 11, Awb art. 1:2, Verordening op het binnenwater 2010 art. 2.1.12, 2.2.6, 2.4.1, 2.4.4, 2.4.6, 2.4.8, Regeling op het binnenwater art. 3.1.1, Beleidsregels omzetting vergunning passagiersvaart art. 1-6] De Afdeling geeft in deze uitspraak een oordeel over de rechtmatigheid van de wijzigingsbesluiten en de besluiten van 22 april 2024. Zij komt, anders dan de rechtbank, tot het oordeel dat reders die bezwaar hebben gemaakt tegen wijzigingsbesluiten gericht aan andere reders, ontvankelijk zijn in hun bezwaar. Verder oordeelt de Afdeling dat het college bevoegd was om een volumebeleid vast te stellen en op grond daarvan kon overgaan tot wijziging van de exploitatievergunningen, omdat dit noodzakelijk is ter uitvoering van de Dienstenrichtlijn. Toch komt de Afdeling tot het oordeel dat het volumebeleid op dit moment in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Er bestaan dwingende redenen van algemeen belang om een volumebeleid in te stellen, maar het college heeft niet goed gemotiveerd dat de genomen maatregelen geschikt en noodzakelijk zijn. Dit betekent dat, als het college wil vasthouden aan een vergunningenplafond, opnieuw beleid moet worden vastgesteld waarbij dat goed gemotiveerd is geregeld. Daarbij moet het nieuwe beleid voldoen aan de eisen van de Dienstenrichtlijn. Verder oordeelt de Afdeling dat de Beleidsregels niet ten grondslag gelegd kunnen worden aan de wijzigingsbesluiten, omdat de toepassing daarvan leidt tot strijd met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Bij het vaststellen van nieuw beleid moet het college er zorg voor dragen dat toepassing daarvan niet leidt tot onevenredig bezwarende besluiten voor sommige groepen reders. De Afdeling komt ten slotte tot het oordeel dat de wijzigingsbesluiten zijn aan te merken als regulering van eigendom, waarbij van belang is dat de reders voldoende in de gelegenheid worden gesteld om zich in te stellen op de nieuwe situatie of financiƫle compensatie krijgen aangeboden. Het oordeel van de Afdeling heeft tot gevolg dat de hoger beroepen van alle reders gegrond zijn en de wijzigingsbesluiten moeten worden herroepen. Dit betekent dat de eerder voor onbepaalde tijd verleende exploitatievergunningen weer gelden. Dat is, zolang er een vergunningenplafond geldt, in strijd met de Dienstenrichtlijn. Het is aan het college om die strijdigheid op te heffen. Als het college vasthoudt aan het vergunningenplafond moet het nieuwe wijzigingsbesluiten nemen op grond van nieuw vast te stellen volumebeleid dat in overeenstemming is met de Dienstenrichtlijn, waarbij een eventuele rangschikking niet in strijd mag zijn met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. | Document URI: | http://hdl.handle.net/1942/48155 | ISSN: | 1574-471X | Category: | A2 | Type: | Journal Contribution |
| Appears in Collections: | Research publications |
Files in This Item:
| File | Description | Size | Format | |
|---|---|---|---|---|
| Noot finale versie.pdf Until 2027-03-03 | Peer-reviewed author version | 182.23 kB | Adobe PDF | View/Open Request a copy |
| JIN-07-2025_111_Schoenmaekers.pdf Restricted Access | Published version | 207.13 kB | Adobe PDF | View/Open Request a copy |
Google ScholarTM
Check
Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.