Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/48193
Title: Commentaar bij art. 4.218 BW
Authors: LEETEN, Célien 
Issue Date: 2025
Source: Artikelsgewijze commentaar: erfenissen, schenkingen en testamenten, p. 305 -339
Abstract: 4.218. Niet-nakoming of ondankbaarheid § 1. De gronden waarop, volgens artikel 4.173 en artikel 4.174, § 1, 1 o en 2 o , de ontbinding of de herroeping van een schenking kan worden gevorderd, gelden ook voor de eis tot ontbinding of herroeping van testamentaire beschikkingen. § 2. De erfgenamen kunnen de herroeping wegens ondankbaarheid enkel vor-deren indien: 1 o de testator overleden is binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn; 2 o de testator overleden is zonder dat het misdrijf hem bekend kon zijn; de erf-genamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het overlijden, hetzij van de dag waarop het misdrijf hen bekend kon zijn, hetzij van de dag waarop het legaat hen bekend kon zijn. § 3. Indien deze eis steunt op een grove belediging de nagedachtenis van de tes-tator aangedaan, moet hij worden ingesteld binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf of van de dag waarop het misdrijf de erfgenamen bekend kon zijn. 4.218. Inexécution ou ingratitude § 1 er. Les mêmes causes qui, suivant l'article 4.173 et l'article 4.174, § 1 er , 1 o et 2 o , autori-sent la demande en résolution ou en révocation de la donation, sont admises pour la demande en résolution ou en révocation des dispositions testamentaires. § 2. Les héritiers ne peuvent demander la révocation pour cause d'ingratitude que si: 1 o le testateur est décédé dans l'année à compter soit du jour du délit, soit du jour où il a pu connaître le délit; les héritiers doivent alors intenter l'action dans l'année à compter soit du jour du délit, soit du jour où le testateur a pu connaître le délit; 2 o le testateur est décédé sans qu'il ait pu connaître le délit; les héritiers doivent alors inten-ter l'action dans l'année à compter soit du jour du décès, soit du jour où ils ont pu connaître le délit, soit du jour où ils ont pu connaître le legs. § 3. Si cette demande est fondée sur une injure grave faite à la mémoire du testateur, elle doit être intentée dans l'année, à compter du jour du délit ou du jour où les héritiers ont pu connaître le délit. Commentaar bij art. 4.218 BW-Niet-nakoming of ondankbaarheid Auteur: C. LEETEN Bijwerking: 22 februari 2025 305 Erfenissen, schenkingen en testamenten OEST-Afl. 70 (1 juli 2025)
Document URI: http://hdl.handle.net/1942/48193
Category: B3
Type: Book Section
Appears in Collections:Research publications

Show full item record

Google ScholarTM

Check


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.