Please use this identifier to cite or link to this item:
http://hdl.handle.net/1942/48564| Title: | Overlevering van minderjarigen: the saga continues ... | Authors: | MEEUWISSEN, Lynn | Issue Date: | 2025 | Source: | Tijdschrift Voor Jeugdrecht En Kinderrechten, 2025 (1) , p. 81 -87 | Abstract: | 81 het oog op vervolging voor de bevoegde rechtbank die het gemeen strafrecht en de gemeen-rechtelijke strafprocedure toepast. Enkel indien een uithandengeving mogelijk is of het betreft één van de in artikel 5, eerste lid, Decreet Jeugddelinquentierecht bedoelde verkeersmisdrijven, kan een minderjarige bij toepassing van het Decreet Jeugddelinquentierecht strafrechtelijk worden vervolgd en ver-oordeeld en dus strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld, zoals bedoeld in artikel 4, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel. Van dergelijke strafrechtelijke aansprakelijkheid is geen sprake wanneer bij toepassing van het Decreet Jeugddelinquentierecht aan een minderjarige, jonger dan zestien jaar, in dat decreet bedoelde maatregelen of sancties worden opgelegd. Het arrest dat met verwijzing naar de bepalingen van het DecreetJeugddelinquentierecht oordeelt dat de verplichte weigeringsgrond van artikel 4, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbe-vel niet moet worden toegepast, schendt deze bepaling. Het middel is in zoverre gegrond. (…) Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Noot Overlevering van minderjarigen: the saga continues … 1. Het Hof van Cassatie heeft zich bij arrest van 8 oktober 2024 wederom moe-ten uitspreken over de overlevering van een minderjarige op basis van een Euro-pees Aanhoudingsbevel (EAB). Artikel 3.3 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel 1 voorziet in de weigering van de overlevering wanneer de persoon op wie het EAB betrekking heeft in de uitvoe-rende lidstaat nog niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de feiten die aan dat EAB ten grondslag liggen. Aangezien er geen gemeenschappelijk standpunt is in de Europese lidstaten over wanneer iemand strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, werd ervoor geopteerd elke lidstaat dit voor zichzelf te laten uitmaken. Met de Wet Europees Aanhoudingsbevel 2 werd dit Kaderbesluit gehomologeerd in België, waarbij de weigeringsgrond werd overgenomen in artikel 4, 3°. 2. Dit heeft in België alvast aanleiding gegeven tot uitgebreide cassatierecht-spraak, waarbij tot uiteenlopende conclusies werd gekomen. | Document URI: | http://hdl.handle.net/1942/48564 | ISSN: | 1377-2104 | Category: | A1 | Type: | Journal Contribution |
| Appears in Collections: | Research publications |
Files in This Item:
| File | Description | Size | Format | |
|---|---|---|---|---|
| tjk2025_1p81.pdf Restricted Access | Published version | 144.21 kB | Adobe PDF | View/Open Request a copy |
Google ScholarTM
Check
Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.